Beschreibung
Erhaltung: afslag op rond muntplaatje in pr + 18%) | Abkürzungen
Katalognummer: Leiden
Gewicht: 9,54 g
gewicht 9,54gr. | zilver 30x29mm.
vz. Hollandse leeuw staande naar links met geheven kromzwaard in de rechterklauw
en wapenschild van Leiden in de linker, binnen een dubbele gelijnde cirkel,
daarboven een kroon. In de buitencirkel de tekst
PVGNO PRO PATRIA + 1574
(pugno pro patria betekent ik vecht voor het vaderland)
kz. x LVG / DVNVM / xBATAVO / RVMx binnen een gelijnde cirkel.
In de buitencirkel een bladerkrans, gedecoreerd met twee rozetten aan de
boven- en onderzijde, met daaromheen een getande cirkel. In juni 1572 besloot de stad Leiden de kant van de opstandelingen te kiezen en het Spaanse gezag niet langer te erkennen. Daarop besloot de hertog van Alva eind oktober 1573 de stad Leiden te belegeren en af te sluiten van ieder toevoer. Door de stad uit te hongeren zou ze zich uiteindelijk wel overgeven was de veronderstelling. Die opzet mislukte echter, daar de stad al geruime tijd van tevoren op de hoogte was geweest van de belegeringsplannen en ze grote voorraden voedsel had ingeslagen. Het Spaanse beleg werd eind maart 1574 opgeheven, daar de Spaanse manschappen nodig waren om strijd te leveren tegen de troepen van de opstandelingen o.l.v. Lodewijk en Hendrik van Nassau, broers van Willem van Oranje. Die confrontatie vond plaats bij het plaatsje Mook onder Nijmegen en zou de geschiedenis in gaan als de Slag op de Mookerheide. De slag werd overweldigend gewonnen door de Spanjaarden en de broers Lodewijk en Hendrik van Nassau sneuvelden in die slag, samen met 3000 soldaten. De Spanjaarden verloren slecht 150 man. Dit was een tegenslag voor de opstandelingen en een opsteker voor de Spanjaarden. Willem van Oranje voorzag een hervatting van het beleg van de stad Leiden en drong er bij het stadsbestuur op aan dat de Spaanse schansen rond de stad neer zouden worden gehaald, de voedselvoorraad opnieuw aan zou worden aangevuld en nieuwe troepen in dienst zouden worden genomen. Het stadsbestuur sloeg deze wijze raad echter in de wind en besloot geen maatregelen te treffen. De voedselvoorraden zouden worden aangevuld zodra de voedselprijzen wat gezakt waren was het beleid. Dit bleek een grote vergissing..
In de nacht van 25 op 26 mei 1574 namen de Spanjaarden opnieuw hun posities rond de stad in en werd het beleg hervat. De oude schansen waren nog allemaal in tact en nieuwe schansen werden gebouwd. Het beleg werd geleid door Francisco de Valdez. Al spoedig ging honger de stad parten spelen. Honden, katten, ratten, koolstronken, bladeren van bomen, paardendarmen waren zaken die op het menu stonden. Voor een zak tarwe werden honderden guldens geboden. Ook brak de pest uit, hetgeen de ellende nog verergerde. Veel burgers waren wel bereid zich over te geven en de Spanjaarden als machthebbers te erkennen, maar het Oranjegezinde stadsbestuur wilde aanvankelijk van geen overgave weten. Daarbij is een toespraak van de Leidse burgemeester Pieter Adriaansz. van der Werff tot de hongerige Leidse burgerij beroemd geworden | eten heb ik niet, maar ik weet dat ik eens moet sterven. Als gij dan door mijn dood geholpen zijt, slaat de handen aan dit lichaam, snijdt het in stukken en deel het uit zo ver als mogelijk is. Ik ben dan getroost.
De levensomstandigheden verslechterden echter met de dag en de humanitaire ramp werd steeds groter, waardoor zelfs het stadsbestuur ging nadenken over een eventuele overgave. In september kwam echter verandering in de situatie. De watergeuzen hadden de dijken bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel doorgestoken teneinde het polderlandschap onder te laten lopen en op die wijze de Spanjaarden te verdrijven. Met behulp hun platte schuiten konden de watergeuzen zich richting Leiden begeven. Het was admiraal Lodewijk van Boisot, afkomstig van Zuid-Nederlandse adel, die bij de watergeuzen de leiding had gekregen. Op 17 september kwam het tot een eerste treffen tijdens de Slag bij Zoetermeer. De Spaanse schans werd in brand gestoken. Daarmee was het Spaanse verzet echter nog niet gebroken.
De watergeuzen kregen echter hulp van de natuur. Als gevolg van een noordwesterstorm was via de doorgestoken dijken het water in de polders rond Leiden dermate hoog opgestuwd, dat de Spanjaarden in de nacht van 2 op 3 oktober 1574 moesten vluchten voor hun leven en de schansen werden verlaten. De watergeuzen hadden thans toegang tot de stad en daarmee was het ontzet. Volgens de overlevering was het de kleine weesjongen Cornelis Joppenszoon die in het verlaten legerkamp Schans Lammen (nabij de huidige Lammebrug, aan de Cronesteynzijde) een ketel met hutspot vond en de burgers berichtte dat de stad was bevrijd. In de vroege ochtend van 3 oktober voeren de geuzen over de Vliet de stad binnen met aan boordharing en wittebrood. Nog altijd wordt op 3 oktober het ontzet van 1574 herdacht en worden de gerechten hutspot, haring en wittebrood daarbij in ere gehouden.
Kort na het beleg werden met de originele muntstempels bijzondere afslagen vervaardigd, zoals afslagen in goud en afslagen op vierkante muntplaatje, al dan niet op meervoudig gewicht. Deze afslagen dienden ter herinnering aan de penibele situatie waar de stad Leiden zich had bevonden. Dergelijke afslagen zullen slechts in kleine getale zijn aangemunt, waarvan in de loop der tijd een aanzienlijk deel verloren zal zijn gegaan. Het zijn thans zeldzaamheden van historische betekenis. Uiterst zeldzaam. vgl. Jean Elsen veiling 115, no.1184 (de minder zeldzame
afslag op rond muntplaatje in pr + 18%) Delmonte 170a (R3) | van Gelder 55c | Collectie Beuth
HNPM.06.3 CNM.2.32.11 | Mailliet- RRR
Voortreffelijk exemplaar van deze historische munt met een prachtig patina.
pr







