Beschreibung
Katalognummer: Sir Robert Dudley, graaf van Leicester.
Gewicht: 3,11 g
Durchmesser: 24,00 mm
gewicht 3,11gr. | zilver Ø 24mm.
muntmeester Jacob Boreel
muntteken burcht
vz. Gelauwerd en geharnast borstbeeld naar rechts, omringd
door de tekst + CONCORDIARESPARVAECRESCVNT
kz. Pijlenbundel van de Zeven Provinciën binnen versierd ovaal,
omringd door de tekst MONEBELGICAZEL 1595
Het portret op de voorzijde toont grote gelijkenis met (de jeugdige) Sir Robert Dudley, graaf van Leicester. Eind 1585 werd hij benoemd tot landvoogd van de Nederlanden. Zijn politieke en militaire beleid was bepaald geen succes en eind 1587 werd hij door Johan van Oldenbarnevelt gedwongen de Nederlanden weer te verlaten. Robert Dudley overleed op 4 september 1588 in Engeland.
De stoter duikt in de 15e eeuw op als Nederlandse benaming voor de Engelse groat, een zilveren munt die onder meer in het toen nog Engelse Calais werd geslagen en ook in de Nederlanden in omloop was. De waarde kwam grofweg overeen met de Bourgondische dubbele stuiver. Rond 1500 was door de verlaging van het zilvergehalte van de Bourgondische zilverstukken de koers van de stoter gestegen tot 2½ stuiver. De Engelse groat verdween, maar andere laat 16e-eeuwse zilverstukken van 2½ stuiver, zoals de 1/20 philipsdaalder en de 1/20 leicesterreaal werden ook stoter genoemd. Die laatste werden aangemunt in de jaren van de opstand tegen het Spaanse gezag, toen Engeland de Nederlanden te hulp kwam en Robert Dudley, Graaf van Leicester als landvoogd werd aangesteld. Deze flamboyante graaf kwam al snel in aanvaring met de Staten van Holland. Toen de graaf in 1587 onverrichter zake vertrok, werd er geen poging meer gedaan een nieuwe vorst te vinden. De republiek was een feit. De zilveren leicesterreaal, met de afgeleiden 1/5 leicesterreaal en 1/20 leicesterreaal of stoter, werden tijdens het bewind van Leicester ingevoerd volgens het Muntplakkaat van Leicester van 4 augustus 1586, en zijn in feite de eerste generaliteitsmunten. De munten uit de serie droegen de beeldenaar van Leicester en zijn nog tot 1597 aangemunt door meerdere gewestelijke munthuizen. In de 17e eeuw verdween het muntstuk uit omloop, maar het begrip stoter bleef nog tot ver in de 19e eeuw in gebruik als rekeneenheid van 2½ stuiver en later 12½ cent.
Verkade 82.5 | HNPM.34 | CNM.2.49.32 R
zeldzaam munttype
fr/fr+







